In het voetspoor van Paulus
dag 9, 21 april 2026
De laatste avond in Griekenland zijn we met een flink deel van de groep nog even ‘Athene-by-night’ gaan verkennen. Een héél bijzonder gezicht, de Parthenon-tempel verlicht tegen de donkere avondhemel. Eerst even samen rondgelopen, sfeer gesnoven, de straatmuzikanten die meer dan behoorlijke muziek brachten. En daarna een plekje zoeken om iets te gaan drinken met elkaar.Het eerste terrasje waar we als groep gingen zitten, was nog maar 40 minuten over. Een dansende ober bracht ons – met enige verwarring wie wat wilde, omdat het tap-bier op was en de witte wijn niet meer koud stond – met enthousiasme onze bestelling. Om 22.45 was het afrekenen geblazen. En dan de vraag: terug naar het hotel, of nog een terrasje proberen te vinden? Het werd dat laatste, en enkele meters verderop konden we alweer terecht. Hier hebben een aantal mensen ontdekt dat Mastika best lekker is, zijn goede gesprekken gevoerd, werden enkele dames onbedoeld met wijn gedoopt, en hebben we op een mooie wijze de avond afgesloten.Gelukkig hoefden we de volgende ochtend pas om 10.30 uur klaar te staan voor de stadswandeling / tour Areopagus + Akropolis, dus een ieder kon op zijn gemak wakker worden, ontbijten, koffer ‘vliegtuig-klaar’ inpakken. Een enkeling liep al voor 8.00 uur in de stad – die was ’s avonds lekker op tijd gaan slapen. Anderen, waaronder ondergetekende, waren iets later uit de veren. Voor mij nog net op tijd genoeg om gisterochtend het dagverslag van dag 8 te schrijven 😉.Gids Iris had wat parkeerproblemen, wat in een stad als Athene niet ongewoon is, maar kwam toch om 10.33 al aan in het hotel. Vandaar zijn we de stad in gelopen. Onderweg wat informatie over de plekken waar we langs kwamen, en dan als eerste naar de Areopaag. Nou ja, als eerste… we waren zeker niet de enigen die daar een kijkje kwamen nemen. Het was een zonnige ochtend, en warm genoeg [ excuses aan iedereen die ik heb gezegd dat een lange broek/vestje misschien handig kan zijn ivm de koele wind op de plekken die boven de stad uit steken 🙈].Eerst het Odeon bekeken, het muziek-theater uit de oudheid dat ook vandaag de dag nog wordt gebruikt voor concerten. Even voor de liefhebbers: het verschil tussen een odeon en een theater is dat een theater géén dak had, wél een uitstekende natuurlijke akoestiek, véél meer zitplaatsen, en over het algemeen uit de Griekse tijd stamt. Waar een Odeon veelal uit de Romeinse periode stamt, een dak had om de akoestiek te verbeteren, en dus minder zitplaatsen [ want je kon minder hoog ]. Een odeon werd vooral voor muziek gebruikt, een theater vooral voor… je raad het al: theater.
Vervolgens vlak bij de Areopaag een plekje in de schaduw gevonden, waar we met elkaar vanuit Handelingen 17 konden lezen en horen, hoe Paulus op deze plek de gelegenheid kreeg om uit te leggen wat hij verkondigde. Athene is vanouds een nieuwsgierige stad, en de mensen waren dan ook zeker bereid om naar hem te luisteren en zijn verhaal te overwegen, hoe volstrekt vreemd het hen ook in de oren heeft geklonken. 1 God, die zijn zoon laat sterven?!?, en dan toch overwinnaar van de dood is…
Athene is niet de plek met de meeste bekeerlingen van Paulus geweest. En toch, ook hier kreeg het evangelie voet aan de grond.
Nadat ieder op eigen gelegenheid de Areopaag heeft beklommen, we van het uitzicht hebben genoten en ons verwonderd hebben over de enorme stad die Athene is, zijn we met elkaar naar de Akropolis gegaan. Hulde aan de groepsleden die, ondanks geblesseerde knieën, pijnlijke voeten of enkels, deze hoogte hebben beklommen over de vaak gladde paden en trappen! Hulde ook aan hen, die met grote regelmaat een handje toe staken om hen te ondersteunen!
De Akropolis laat je eerlijk gezegd gewoon stom verwonderd staan. De Propilea oftewel het ingangsgebouw is overweldigend hoog, de kleine tempel van Athene Nikè valt wat weg ten opzichte van het Parthenon maar is het bekijken zéér zeker waard. En dan het Parthenon. Groot, hoog, en een wonder van bouwkunst. Zuilen die nét iets naar binnen leunen voor de stevigheid, een grondvlak dat iets bol staat zodat schoonmaakwater kan afvloeien, de extra stevige hoekzuilen…
Het is eigenlijk gewoon iets, dat je moet hebben gezien, zich moeilijk laat beschrijven. Daarbij de geweldige uitzichten vanaf de Akropolis, de boeiende uitleg van onze gids, de uitdaging om in de drukte tóch een groepsfoto te kunnen maken, en vooral ook: elkaar niet kwijt te raken in de massa. Vooral omdat er een aantal enthousiaste fotografen bij waren, en mensen die graag even ‘dwalen’. Dan is een Fryske vlag voorop [ wat officieel niet mag, want je mag géén foto’s maken van nationale symbolen zoals het Parthenon met een vlag of ander statement ] of een fel roze shirtje achterin de groep toch wel héél handig om kop en staart van de groep bij elkaar te houden. Ook de whispers / oortjes waardoor de gids met ons kon communiceren, bewezen goede dienst om mensen de goede kant op te gidsen. Mits we ze ook in onze oren doen, uiteraard 😉.
Na het bekijken van het Parthenon zijn we langzaam via de achterkant van het Parthenon weer terug gelopen naar het stadscentrum, waar Iris voor ons een ‘light lunch’ had geregeld op een leuk terrasje. Terwijl wij net aankwamen voor de lunch, ging een andere Nederlandse groep net vertrekken. Dit was de groep, die wij ook al in Kavala hadden ontmoet. Leuk elkaar nog éven snel te zien!
De lunch was op basis van ‘sharing=caring’, oftewel: de gerechten werden op de tafel gezet per 4 personen, en dan kon een ieder naar keuze zijn/haar deel nemen. Het waren veel typisch Griekse hapjes, zoals dolmades, tzatziki, gefrituurde courgette, salade, en een soort langwerpige gehaktbal in tomatensaus. Uiteraard met een stukje brood erbij zoals je dit in Griekenland bij elke maaltijd krijgt. En als toetje vers fruit, dat op de één of andere manier hier véél lekkerder is dan in Nederland.
Op deze plek hebben we ook onze fantastische gids Iris bedankt voor haar tomeloze inzet, vrijelijk gedeelde kennis, humor, warmte … kortom: haar onmisbare en fantastische werk voor onze groep. Voor ons voelde zij als één van ons, we zijn daarom ook heel blij dat Iris op vrijwel alle groepsfoto’s staat!
Met een rondgegeten buikje kon iedereen nog anderhalf uur op eigen gelegenheid de stad in. De laatste souvenirs werden ingeslagen, ijsjes gegeten, noodzakelijke koffie gedronken, nog wat foto’s gemaakt… en dan terug naar het hotel, waar we onze koffers ’s morgens onder bewaking hadden achtergelaten. Hier konden we de whispers inleveren, nog even omkleden naar iets meer op Hollandse temperaturen gerichte kleding, en vervolgens met de koffers naar de bus.
In de bus de chauffeur bedankt. Hij heeft ons naar het vliegveld gebracht. Daar waren we eigenlijk wel érg vroeg, vier uur van te voren, maar anders waren we waarschijnlijk vast komen te zitten in het spitsverkeer van Athene en dat leek dan ook weer niet zo’n goed plan. Met elkaar even de balie opgezocht waar we later zouden inchecken, en vervolgens zijn de verschillende koffiecorners bezocht [ of zijn mensen gewoon lekker ergens gaan zitten]. De vermoeidheid liet zich toch wel voelen…
Het inchecken verliep vlekkeloos, en daarna zijn we vrij vlug doorgegaan richting de gate. Dit was gate C, in het satteliet-gebouw van de luchthaven. Dat is nog een flinke wandeling. Zeker voor diegenen die al behoorlijk vermoeid waren en/of moeilijk liepen zo aan het einde van de reis, waren de rolbanden dan ook een uitkomst.
Bij de gate was het even afwachten welke uitgang we zouden moeten hebben, dat wordt pas een klein uur voor vertrek bekend gemaakt. We hadden dus nog ruim anderhalf uur om ergens wat te eten te halen, te bedenken dat er tóch tablets in de ruimbagage waren beland, en ons mentaal voor te bereiden op de vliegreis.
Met een kleine vertraging zijn we rond 21.50 uur Griekse tijd vertrokken, en om 8 minuten na middernacht Nederlandse tijd waren we weer op Schiphol. Dan is het nog even wachten op de koffers. Toen iedereen die had, hebben we met enkele dankbare woorden afscheid genomen van de enige reisgenote die níet uit Friesland kwam. Van haar gitaarbegeleiding bij de avondsluitingen en de kerkdienst hebben we allemaal geprofiteerd. Van de vele goede gesprekken genoten, óók als het soms even puzzelen was wat de Friezen zeiden…
Vervolgens rustig naar de bushalte lopen waar chauffeur Simon van Paulusma busreizen ons kwam ophalen. Koffers in de bus, en daarna een hele vlotte, en toch rustige rit naar Fryslân. Er was bijna geen verkeer op de weg, en menige reisgenoot heeft tijdens deze rit dan ook rustig zitten slapen. Om 03.20 uur stonden we weer bij de Andreastsjerke, waar een ieder zijn/haar koffer in ontvangst heeft genomen en we afscheid van elkaar hebben genomen met de belofte, dat we zéker nog een gezellige avond / dag gaan organiseren om verhalen te delen, foto’s te delen, en gewoon na te praten over deze bijzondere reis.
Mede namens Joke zeg ik:
Reisgenoten & gids Iris, ontzettend bedankt voor deze prachtige reis. Jullie waren een geweldige ploeg om mee op stap te zijn!!!
ds. Jacolien de Lange
dag 8, 20 april 2026
Zo naar het einde van de reis toe, worden de opstarttijden van de dagen wat later. Tenminste, de vertrektijden. Vanmorgen weren er vier dapperen, die ’s morgen om 7.30 uur al in het water lagen, in de Saronische baai, recht voor ons hotel. Fris, maar wel lekker, was hun conclusie. Ik heb het met bewondering gade geslagen vanaf ons balkon.
Vervolgens de koffer ingepakt, en naar het ontbijt, dat opnieuw fantastisch verzorgd was. Dit hotel is écht een aanrader, ook om gewoon eens een weekje Griekenland te doen. Het is prachtig gelegen, goede service, en het dorpje Tolo is, vergeleken bij andere plekken waar we geweest zijn, heel vriendelijk met de prijzen voor een koffie to go of een biertje.
Om 9 uur vertrok de bus richting oud-Korinthe, een reisje van ongeveer een uur. Hier hebben we eerst het museum bezocht, waar we als eerste gewezen werden op de dorpelsteen die ooit boven de deur van de synagoge van de Hebreeën heeft gehangen. Hoewel vermoedelijk iets ná Paulus’ tijd gebouwd, geeft het wel aan hoe een levendige Joodse gemeenschap hier moet zijn geweest. Immers: zonder levende gemeenschap bouw heb je geen eigen gebouw, en zeker niet een gebouw uit duurdere materialen gebouwd.
In het museum zagen we onder meer Thamata, gelofte-giften of dank-giften die aan de tempel van Asclepion zijn geschonken. Handen, voeten, ogen, maar ook intiemere lichaamsdelen, want je moest wel correct uitbeelden waar de kwaal zat waarvan je genezen wilde worden / was… Sommige mannen blijven hun puber-humor behouden, merk je dan 😉.
Verderop in het museum zijn we onder andere verschillende beelden tegen gekomen die illegaal zijn opgegraven, en daarom mogen twee mooie beelden ook niet gefotografeerd worden. Want ‘officieel zijn ze hier niet’. Ahum, ze staan als pronkstuk midden in het museum, mét extra bewaking erbij. Ook mooi Korintisch aardewerk, voorwerpen uit het dagelijks leven van man, vrouw en kind, een helm zoals die waar ooit Korinthe beroemd om was, en verschillende oude bronzen spiegels die inmiddels helemaal groen uitgeslagen zijn.
Na het museum zijn we de opgraving opgelopen. Bij een aantal mensen gaat het dan direct kriebelen. De één wil het liefste gewoon ronddwalen, de ander voelt tot in zijn tenen: hier moet Paulus ook hebben gestaan, dít heeft hij [ toen nog in volle glorie] gezien. De tempel van Apollo, het forum, de Bèma waar Paulus naartoe is gesleept in een poging om hem te veroordelen – en waar de consul uitsprak dat hij zich niet wilde mengen in interne Godsdienstkwesties. Het gevolg: Paulus heeft in de anderhalf jaar dat hij hier werkte, relatief veel vrijheid gehad om te evangeliseren.
Daarnaast werkte Paulus hier als tentenmaker. Niet om kampeertentjes te maken, maar vooral luifels voor winkels, en ook wel beschermende zonnetenten voor de rijken, of voor sporters om onder te kunnen trainen. Zeer waarschijnlijk zijn in die tijd ook de Istmische spelen een keer gehouden, wat naast goede handel ook goede preek-voorbeelden op heeft geleverd voor Paulus.
Na de lunch in oud-Korinthe heeft een enkeling nog snel een souvenir gescoord, en toen in de bus op weg naar de kust bij de vuurtoren van Melagavi. Hier staat voor de kust nog altijd ‘Joke’s pukkel’… een grappig gevormde rots die wel wat van een paddenstoel weg heeft. Het is een prachtig gebied, waar we met elkaar genoten hebben van het uitzicht, de zon, de zee, de wind. Helaas konden we niet heel lang blijven, want de stad Athene wachtte op ons…
Dus weer terug in de bus, onderweg nog een koffiestop, en daarna naar Athene. Eerst een stadstour met de bus langs een aantal bezienswaardigheden, vervolgens het diner in vier gangen opgediend [ met tussendoor nog even een snelle actie om de telefoon van een groepsgenoot, die in de bus was blijven liggen, weer in ontvangst te nemen]. Na het diner de avondsluiting, die we afsloten met lied 425.
En dan voor wie wilde: naar bed. Voor anderen: nog even de stad in. Het Parthenon by night fotograferen, en daarna een biertje, wijntje, of mastika drinken… de avond was gezellig, de nacht lang genoeg doordat we vanmorgen pas om 10.30 uur klaar hoeven staan voor de stadswandeling. Vandaar vandaag een ochtend-verslag.
Het verslag van onze stadsverkenning Athene en thuisvlucht, vanavond om 9.30 Griekse tijd, leest u morgen weer!
ds. Jacolien de Lange
De afgelopen nacht is de meerderheid van de groep ingeslapen op het geluid van de golven, die nog nét niet tot aan de muur van ons hotel komen. Een rustgevend geluid, dat ook tot een rustige slaap brengt. Dat kwam goed uit, want we mochten vandaag uitslapen! De kerkdienst begon pas om 10 uur, ontbijt was ‘pas’ vanaf 7.30 uur beschikbaar, en tot 10.00 uur… dus niemand hoefde met lege maag in de kerkdienst te verschijnen.
Er was daarom vandaag géén wake-up-call, en zelf had ik de wekker ook pas om 8.30 uur gezet. Alleen blijkbaar raakt een mens soms al snel in een ritme, dus was ik al vóór 7.00 uur wakker. Vroeg genoeg om de zon boven de zee te zien opkomen. De temperatuur was om die tijd al heerlijk, dus ik had een prachtig plekje om de preek voor vandaag af te ‘bubbelen’. In de weken vóór de reis was ik hier al mee bezig geweest, tijdens de reis gaan de gedachten verder, en vanmorgen de laatste punten afgerond. Daarna nog alle tijd om rustig te ontbijten, de koffer even een beetje te herpakken/ordenen, en vervolgens naar beneden, naar de bar. Want daar mochten wij onze kerkdienst houden.
Best bijzonder voor mij als dominee, wanneer de ‘opkomst’ 100% van de kerkgangers betreft 😉. In deze kerkdienst – waarvan u aankomende zondag 26 april om 9.30 uur de iets aangevulde versie in de Andreastsjerke van Garyp kunt meemaken of meeluisteren – stond een kort gedeelte uit Jesaja 53 en een tekst uit 2 Korinthe 5 centraal. In de afgelopen week zagen we in alle kerken waar we kwamen, en bij veel kerken waar we langs kwamen, grote banners met daarop in het Grieks: “De HEER is opgestaan! Hij is waarlijk opgestaan!” Bij de ingang van de kerk, en vaak ook in de kerk, tref je dan de icoon aan van de verrijzenis, waarbij je eigenlijk altijd Hades gebonden ziet liggen ónder de verbrijzelde grafkist/tombe.
De liturgie was opgebouwd uit liederen die in ons reisboekje staan, en die allemaal door reisgenoten zijn aangedragen. Zoals steeds ook bij de avondsluiting werden we bij het zingen begeleid door een reisgenote die de gitaar bespeeld, en bovendien beschikt over een véél zuiverdere inzet qua zingen dan ik. Alleen ons laatste lied, Hear wêz mei ús, hebben de Frysktaligen onder ons ingezet.
Tijdens de dienst hebben we een collecte gehouden voor Bauke en Evie Deelstra, die in het buurland van Griekenland, Albanië, goed werk verrichten in evangelisatie in woord en daad – ook een thema tijdens de dienst. Omdat Bauke en Evie zowel door PG Garyp als door de Geref. Kerk Opeinde – waar Evie is opgegroeid en Bauke lang gewoond heeft – worden gesponsord, hebben de meeste reisgenoten hen ook wel eerder ontmoet. De collecte, waarvoor de diaken van dienst uit Opeinde met de pet rondging, bracht een mooi bedrag op. “Dit tel ik niet elke zondag uit de pong,” aldus de diaken.
Na de kerkdienst hadden we nog ruim anderhalf uur vrije tijd, want eerder lunchen dan 12.30 uur zat er niet in. Omdat de planning was dat we 13.10 uur zouden vertrekken richting boot, werd de lunchtijd wat krapjes, vooral omdat de ‘light lunch’ nog best wel stevig was: Salade Choriatiki en Mousaka [ voor mij dan de kaasloze versie ], met vers fruit toe.
Vervolgens met de bus naar de boot. De afstand is niet groot, maar bij een aantal mensen beginnen de knieën en/of het energie-niveau langzamerhand toch wel signalen af te geven dat Griekenland minder vlak en glad geplaveid is al Nederland. De straatjes van Tolo zijn alleen niet op bussen gebouwd, zeker niet als er langs de kant creatief geparkeerd wordt… maar we hebben de haven bereikt.
Daar zagen we verschillende mooie cruise-scheepjes liggen, dus er werden al enthousiast foto’s gemaakt …. Alleen bleek “ons” scheepje een stukje kleiner: eerder een flink motor-zeiljacht omgebouwd om zo’n 30 passagiers mee te vervoeren. We werden van harte welkom aan boord geheten, en wie wilde kon nog wat te drinken krijgen ook. Maar de meesten hadden nog een volle maag én net water uit de bus meegenomen, dus daar is niet veel gebruik van gemaakt.
Het boottochtje duurde zo’n 50 minuten, over een gelukkig vrij kalme zee, kort langs de kust door Argolische golf. Van Tolo werden we naar Nafplion gebracht: de eerste hoofdstad van het moderne Griekenland. Een stad waar de Venetiaanse invloeden zichtbaar zijn, zowel in de huizen/winkelpanden als in de kerken. Vandaag hadden we geen ‘programma’, een ieder mocht doen wat goed was in zijn of haar eigen ogen: naar het strand, klimmen naar Akro-nafplion, de “kleine” burcht, of naar de grote burcht boven op de rots. Om daar te komen moet je volgens de legende 999 treden beklimmen. Volgens onze gids Iris zijn het er iets minder, maar Joke en ik hadden niet de moed om dat na te gaan tellen.
Wij zijn lekker door het stadje gaan dwalen, hebben op ons gemakje koffie/fris gedronken op een terrasje aan de haven, en zijn vervolgens ijs gaan halen bij wat volgens Iris één van de beste ijssalons in Griekenland is. Nu heb ik hier niet genoeg ijssalons bezocht om dat te controleren, maar het was wél heeeeel erg lekker ijs, contstateerden wij met z’n drietjes. Uiteindelijk weer rustig richting de haven gekuierd, waar we op een trappetje aan het water nog even lekker hebben zitten kletsen, samen met andere reisgenoten. Een vriendelijk katje kwam nog even bij ons buurten, en uiteraard kwam dat gezellig tegen mijn rug aan liggen. Ik ben tenslotte een ‘groot’ kattenliefhebber….ahum.
Om 18.00 uur kwam de bus ons weer ophalen, een half uurtje later waren we bij ons hotel. Precies op tijd om dit verslag nog even te schrijven, en nog éven te genieten van de zee voor de deur…
Morgen een ‘late’ start, we vertrekken om 9.00 uur richting het oude Korinthe, om de dag af te sluiten in Athene. Maar dat leest u morgen. Waarschijnlijk vanavond na het eten en de avondsluiting nog éven samen borrelen voor de gezelligheid. Want daar hebben we als groep een goede gewoonte van gemaakt.
Oan’t moarn!
ds. Jacolien de Lange
Vanmorgen een vroeg vertrek naar Ossios Loukas, het klooster vernoemd naar de asceet Loukas
[ niet te verwarren met de evangelist Lukas !] die leefde in de vroege 10e eeuw van onze jaartelling. Afkomstig uit een vluchtelingenfamilie, die de inval van de Saracenen wilden ontlopen, moest hij zelf met zijn ouders opnieuw vluchten voor dezelfde dreiging. Hij kwam terecht in de omgeving van het huidige Kastri, waar ook het heiligdom van Delphi te vinden is. Loukas volgde al op zijn 14e twee monniken naar Athene, om als asceet te gaan leven. Zijn leven bleef een patroon van vluchten houden, totdat hij zich op zijn 49ste vestigde in de omgeving waar hij tot het einde van zijn leven zou blijven, en begon aan de bouw van een kerk die later is uitgegroeid tot het huidige klooster.
De rit naar het klooster toe duurt ongeveer een uur, en brengt je over kronkelige bergweggetjes met prachtige uitzichten. We hebben sinds vanmorgen een andere bus, die berekend is op groepen van 66 personen. We hebben dus ruimte genoeg in de bus, maar de bus zelf neemt ook genoeg ruimte in. Dat is op smalle weggetjes, in de kleine dorpjes, en op bochtige wegen soms een ‘kleine’ uitdaging, die onze chauffeur Thassos overigens vlekkeloos aangaat.
In het klooster aangekomen bleek dat het vandaag (inter?)nationale monumentendag was, en dat daarom de intrede voor het klooster gratis was. Eenmaal binnen kwamen we in een dubbelkerk, waarvan het ‘jongste’ deel uit de vroege elfde eeuw stamt. Er zijn werkelijk prachtige mozaïeken te vinden, die míj in ieder geval deden verzuchten: “mag ik hier een dagje blijven?” De oudere kerk heeft geen mozaïeken maar heel mooie fresco’s op de muren. Deze kerk is eenvoudiger van uitstraling, maar niettemin bijzonder mooi. Onder de kerk is een crypte te vinden, met opnieuw prachtige fresco’s. Hier heeft ooit het lichaam van de stichter van dit klooster begraven gelegen. Tegenwoordig liggen zijn resten als relieken in een schrijn in de hoofdkerk.
We kregen tijd om nog even het terrein te verkennen, het museumpje in te lopen, en eventueel even het winkeltje te bezoeken. Nu bleek dat náást het winkeltje ook het barretje open was, waar je … koffie !! ... kon kopen. In korte tijd zaten er dan ook een tafeltje vol heren en een tafel vol dames aan de koffie, heerlijk in het zonnetje, van het prachtige uitzicht te genieten. Op voorstel van de gids daarom onze koffiestop uit het programma gehaald, en ruim de tijd genomen om op deze plek koffie te drinken en te genieten van de prachtige omgeving.
De bomenliefhebbers hebben zich nog even het hoofd gebroken over de vraag, of die éne hele dikke boom nu een eik of een plataan was [ plataan ], en welke bomen er nog meer stonden [ oleanders, olijven, en aardbei-bomen. Van de vruchten van die laatste schijn je, als je ze in het najaar oogst, een heel lekker drankje te kunnen stoken. ]
Na een klein uurtje zijn we samen naar een klein ‘nieuwer’ 16e eeuws kerkje gelopen, dat is gewijd aan de transfiguratie. Deze plek is géén archeologisch gebied, en daarom mag daar wél met elkaar worden gebeden en gezongen. Op deze plaats hebben we eerst nog een groepsfoto gemaakt, en vervolgens als groep gebeden, zingend gevraagd om de zegen, en de zegen uitgesproken over twee reisgenoten, omdat zij iets verderop op de route zouden overstappen op een taxi om naar het vliegveld te gaan vanwege privé omstandigheden. Een bijzonder en indrukwekkend moment, op een mooie plaats.
Vervolgens naar de bus, waarvan de chauffeur in de tussentijd alle ramen had gewassen. Opnieuw via een mooie route met fantastische uitzichten richting Elefsina gereden, waar op een uitvoegstrook voor een kruising de taxi stond te wachten.
Een laatste warme groet, een snelle overstap… en dan ga je als groep weer verder. We wisten dat het nog een vrij lange rit zou worden vandaag, en daarmee een ‘lunch op Griekse tijd’ – dus dichter bij 15.00 uur dan 14.30 uur. Doordat we nu de snelweg opdraaiden, ging de rit op zich wel vlotter. Langs de snelweg nog een korte stop gemaakt om enkele overvolle blazen te legen en een wiebelige hoofd en maag tot rust te brengen, en vervolgens doorgereden naar Korinthe. Die rit ging heel vlot, en ook langs de snelweg houd je mooie uitzichten. Dat kan bijna niet anders, want Griekenland is werkelijk een prachtig land!
Bij het kanaal van Korinthe van de snelweg af, en lopend de brug over het kanaal overgestoken. Als [import] Friezen en [ import] Zeeuwse zijn we best wat water, bruggen en kanalen gewend, maar dít is toch wel echt indrukwekkend. De nodige foto’s gemaakt, en vervolgens weer in de bus voor een ritje van minder dan 5 minuten. Het restaurantje waar we geluncht hebben, ligt tegen de oever van de ingang van het kanaal. We hadden dus een prachtig uitzicht, al voeren er, vanwege onderhoudswerkzaamheden in het kanaal, vandaag geen boten langs.
Na een klein schrikmomentje omdat ik de tel kwijt was, bleek de groep compleet. Toen als groep de bus weer opgezocht voor de korte rit naar Kenchreeën, de plek waar eens de haven was vanwaar Paulus weer scheep is gegaan richting Efeze, om daarna via Ceasarea naar Jeruzalem te reizen. Op deze plaats hebben de eerste water-liefhebbers de pootjes gebaad. Er zijn foto’s genomen, onder andere van de dominee op de ‘preekstoel’, en vervolgens een snelle instap bij de bus, die gewoon bij het zebrapad stilstond om ons op te pikken.
Het laatste uur van de reis bracht ons naar Tolo, waar het hotel staat dat ons voor de komende twee nachten onderdak biedt. Een deel van de groep heeft een kamer aan de waterkant, en dat is wel écht een voorrecht. En voor ons allemaal geldt: het is een leuk klein dorpje ( net iets kleiner dan Garyp), met leuke winkeltjes, restaurantjes en – zo bleek na een kleine speurtocht van Joke en mij – óók een goede koffiebar.
Na een late lunch volgde nu een laat diner, afgesloten met de avondsluiting. Morgen géén wake-up call, wél kerkdienst om 10.00 uur. Dus ik sluit nu het verslag af, ga nog éven naar de bar, en zet dan de laatste puntjes op de i van de preek.
Morgen een rust(ige) dag 😊
ds. Jacolien de Lange
Deze vrijdag - we zijn trouwens totaal de telling van de dagen kwijt, maar dat terzijde – was ik kort voor de wake-up call wakker. Het was dan ook nog maar kwart over zeven, toen de koffer alweer ingepakt stond en wij richting het ontbijt konden gaan. Ook dat was zeer uitgebreid, en we hebben er dan ook van genoten.
Vervolgens de bus in, voor een flinke rit richting Delphi. Vertrek stond om 8.30 uur gepland, en tot verrassing van de chauffeur waren we toen al op de doorgaande weg.
We kwamen opnieuw door een prachtige omgeving, dus wie wakker bleef had meer dan genoeg natuurschoon te bewonderen. De uitzichten vanaf de hoogten richting de vallei waren vaak prachtig. Zo af en toe zie je een herder met zijn schapen of geiten lopen, veel velden zijn groen van jong koren, er bloeien allerlei veldbloemen en ook de paarse paasbomen [Judasbomen] blijven op een prachtige wijze het landschap kleuren.
Rond een uur of tien de koffiestop, bij een stadje waarvan onze gids Iris nèt had uitgelegd dat je daar eigenlijk aan voorbij moet rijden omdat het gewoon de meest saaie stad van Griekenland was, volgens haar… maar ja, op deze stopplek hebben ze dan wel weer de lekkerste granaatappelsap van de regio 😊 dus dat maakt het de stop wel waard. En de koffie natuurlijk, want sommige mensen leven op koffie.
De maag weer wat bijgevuld, de blaas geleegd, en toen konden we onderweg naar Arachova – één van de drie Griekse ski-oorden. Hoe verder we in de richting kwamen, hoe mooier de omgeving en de uitzichten. Na een korte stop bij een groot leeuwenstandbeeld dat herinnert aan de laatste burgeroorlog tussen de Griekse stadsstaten / regio’s, was Arachova onze volgende halte. Met bewondering zagen we, hoe de chauffeur ook hier weer door smalle straatjes, langs bijzonder geparkeerde auto’s, de bus op een héél klein vrij hoekje langs de stoep wist neer te zetten.
Uitstappen, en teruglopen naar het pleintje waar het restaurantje voor de lunch te vinden was. Het bijzondere aan dit restaurantje is, dat eigenlijk in vrijwel alle lunchgerechten ei is verwerkt. Eerlijk is eerlijk, met enig wantrouwen besteld, maar gesmuld. Vervolgens 45 minuten in het stadje rondgedwaald. De één dook gelijk een winkeltje in, een ander juist de achterafstraatjes, of zocht de routen naar de hoog in het stadje gelegen moderne kerk. Dat laatste vroeg wel de moed om flink wat trappen te beklimmen. Met het oog op wat ik van Delphi wist, hebben Joke en ik daar van af gezien en zijn in de achterafstraatjes gebleven. Best grappig, als je dan ineens het Grieks voor ‘niet parkeren!’ blijkt te kunnen ontcijferen…
Keurig op tijd was iedereen weer op de afgesproken plek, waar een enkeling zelfs een goede studie voor ‘levend standbeeld op een muurtje’ bleek te zijn. De bus kon nu iets makkelijker een plekje vinden, dus dat was vlot instappen en naar Delphi. Overigens, in deze vijf dagen hebben Joke en ik een nieuwe gewoonte ontwikkeld: koppen tellen. Van 1 tot en met 24, en dan volgen Joke en ik. Ook een goede training om dan even nìet te luisteren naar wat mensen om je heen zeggen, want anders ben ik zomaar de tel kwijt… en kan ik weer van voor af aan beginnen.
In Delphi konden we vlot het Museum binnen. Gelukkig was het er niet heel druk, doordat wij op ‘Griekse lunch-tijd’ waren. Iris heeft ons uitleg gegeven bij de vele voorbeelden van standbeelden, en afbeeldingen van tempels, die in Delphi zijn terug gevonden. Wie is wie, en een fikse dosis Griekse mythologie. Maar ook gewoonweg het bewonderen van de prachtige vormgeving van sommige standbeelden, en de ontwikkeling hierin door de eeuwen heen. Heel bijzonder is in de laatste zaal het bronzen standbeeld van een wagenmenner, dat ongelofelijk gedetailleerd is.
Vervolgens naar buiten, naar de opgravingssite. Dit is een behoorlijk uitgestrekt gebied. Het eerste gedeelte loop je de ‘heilige weg’, oftewel de route zoals eens de pelgrims naar het heiligdom van Apollo kwamen. In dit heiligdom kon 1x per maand, op de 9e dag van de maand, de Pythia oftewel hogepriesteres een vraag worden voorgelegd. Zij werd gezien als de spreekbuis van Apollo op aarde. Wie een vraag had, stelde deze aan de priesters, die de vraag dan vervolgens voorlegden aan de Pythia die achterin de tempel, gezeten op een driepoot, laurierbladeren kauwde in een kleine ruimte waar vanuit een spleet in de aarde ook dampen naar boven kwamen. Zij werd dan geacht onder invloed van Apollo te zijn, haar onverstaanbare spraak werd ‘vertaald’ door de priesters en in de vorm van een gedichtje dan weer overgebracht aan de vrager.
Het voordeel was: De Pythia had altijd gelijk. Wellicht ook, omdat de uitleg vrij multi-interpretabel was. Een beroemd voorbeeld van de koning der Lydieërs, die vroeg of dit het geschikte moment was om de slag met de Perzen [toen een groot wereldrijk] aan te gaan. Het antwoord: als u de slag aangaat, zal een groot koninkrijk ten ondergaan.
De koning van Lydie blij: dit is de goede tijd! Apollo zegt het!
Het was echter zijn eigen koninkrijk, dat ten gronde ging…
Deze opgravingssite heeft, naast een rijke schat aan archeologisch materiaal, nóg een schat: de prachtige ligging, de mooie uitzichten, en zeker in het voorjaar: de mooie bloeiende natuur op de site. Dus ook wie niet per sé voor de archeologie of de bouwkunde gaat, heeft meer dan genoeg te bewonderen… De enkeling die vanwege een zere knie al vroeg moest afhaken, had dan ook genoeg om van te genieten, ook al was de wind best aanwezig vandaag.
Vanaf de resten van de tempel zijn we doorgelopen naar het theater, waar Iris ons opnieuw het één en ander uitlegde over hoe zo’n theater in de oudheid er uit zag. Theater, zang, muziek: het waren náást de atletiek [hardlopen] onderdelen van de Pythische spelen, die hier elke vier jaar werden gehouden [ in een soort roulatie-systeem met de Olympische, Istmische[Korinthe] en ….. spelen.
Vanaf dat punt zijn nog enkele anderen teruggekeerd om langzaam naar de uitgang te gaan. De overgebleven groep is omhoog gelopen richting het oude stadion. Onderweg naar boven [ en later beneden] heb je prachtige uitzichten, én het is gewoon bijzonder om dit oude stadion te zien. Vooral onze gids Iris kreeg er kriebels van in de voeten, zij is zelf atlete en heeft tot op hoog nationaal niveau hard gelopen. Ze zou dan ook bést een stadionloop willen doen… maar helaas is dat hier niet toegestaan. In Olympia wel, maar daar komen wij niet op onze rondreis..
Op eigen tempo en met de nodige foto-stops onderweg is een ieder weer terug gelopen naar de uitgang. Een korte toiletstop, en dan de bus in op weg naar Itea, het havenstadje dat iets onder Delphi aan de kust van de baai ligt. Hier kwamen ooit de pelgrims aan die naar Delphi gingen, wíj vinden hier voor deze nacht rust voordat we verder reizen.
Vlak voordat we in Delphi kwamen, hebben we afscheid genomen van de chauffeur van de eerste vijf dagen. Hij mocht volgens zijn tachograaf niet verder rijden, en ging daarom retour Thessaloniki. Morgen staat een nieuwe chauffeur voor ons klaar. We hebben Astèrious [ als ik zo zijn naam goed schrijf] met dank en een groot applaus uitgezwaaid. Als aandenken heeft hij een broodplankje met daarop een skûtsje èn een Fryslân-tasje gekregen.
Deze nacht verblijven wij in Nafsika Palace, een wat kleiner hotel deze keer, maar wel in een heel leuk stadje. Na de maaltijd de avondsluiting, en terwijl de meesten op dit moment óf slapen of nog even zitten borrelen, een enkeling een kleine wandeling maakt, typ ik dit verslag en zoek zo wat foto’s uit. Straks nog éven een alcoholvrij biertje, en dan gaan bij mij ook de luikjes toe. Morgen is het vroeg dag, omdat we opnieuw veel reiskilometers maken.
Oan’t moarn!
ds. Jacolien de Lange
Startklaar voor de rit naar Meteora. Dit is een rit van ruim twee-en-half uur, maar we hebben ons in de bus geen moment verveeld. Met op de achtergrond Griekse muziek, afgewisseld met uitleg van Gids Iris over o.a. de Griekse mythologie, vanwege de berg Olympos die we passeerden en overigens links in de mist lieten liggen, konden we genieten van prachtige uitzichten over het landschap in voorjaarstooi. De bloeiende bomen, koolzaad, klaprozen, andere veldbloemen, de bergen die in de mist wat mysterieus opdoemden rondom ons, het frisse groen op de velden… prachtig. Halverwege de rit een koffiestop – voor Nederlanders en ook voor Friezen toch vrij on-ontbeerlijk – en al vrij snel daarna sloegen we af van de hoofdweg richting Meteora.
Meteora betekent ‘in de lucht zwevend’. Het is een heel bijzondere rotsformatie, volgens geologen gevormd nadat in het begin der tijden een grote binnenzee is leeggestroomd en dit stukje aarde dus weer droogviel. Bóvenop die rotsformaties zijn in de loop der eeuwen 24 kloosters gebouwd, waarvan er nu nog zes in gebruik zijn. Deze rotsformaties liggen in/aan de rand van de vlakte van Trikala, een van de grootste landbouwgebieden van dit deel van Griekenland.
De rit naar de Meteora doet de bewondering voor de buschauffeur alleen maar toenemen. Het is een route met talloze [haarspeld]bochten, smalle stukjes door dorpjes heen, omhoog, naar beneden, weer omhoog… Zeer beheerst chauffeerde hij, zodat niemand ook maar enigszins last kreeg van wagenziekte. De omgeving is werkelijk schitterend, met veel mooie uitzichten, door een hele mooie natuur. Het roept dan verbazing op, hoeveel zwerfafval er in de bermen te vinden is…
Voordat we bij de kloosters zijn gaan kijken, hebben we in een iconenworkshop een kleine uitleg gehad, hoe iconen worden gemaakt. Uiteraard kon je hier ook desgewenst iconen en andere aandenkens aan de streek kopen. Bij mijn weten heeft niemand de beker van Pythagoras gekocht, maar ik vond ’m in ieder geval een stuk vermakelijker dan zijn stelling… het was een beker die bedoeld was om zijn studenten matigheid te leren. Als je de beker met wijn vulde tot de aangegeven rand, kun je er prima uit drinken. Wie gulzig is en de beker verder vult, leert matigheid: door de vormgeving van de beker loopt alle wijn er via de voet uit, op het laatste slokje na… zodat je kon proeven wat je door je eigen gulzigheid had misgelopen.
Nadat menigeen inkopen had gedaan, zijn we verder gereden naar het klooster van Roussanou. Dit is één van de kleinste kloosters, waar momenteel 10 nonnen leven. Je bereikt dit klooster via een prachtig bospaadje, of eigenlijk een lange trap die door het bos naar beneden loopt. Vlak naast de toegang van dit pad konden we op de rotsen een prachtig overzicht krijgen van de bijzondere omgeving. Hier zijn heel wat foto’s genomen. Daarna het bospad op, dat vanwege de lichte regen ’s nachts vochtig en daardoor soms glibberig was. Maar iedereen is zonder ongelukken beneden gekomen bij het klooster. Voor zover de dames nog geen [voldoende lange] rok droegen, hebben zij bij de ingang de beschikking gekregen over een wikkelrok.
We hadden het geluk dat we op dat moment de enige groep waren, die binnen was. We konden daardoor het oude kerkje op ons gemak bekijken. De vele fresco’s, de iconostase, het houtsnijwerk… het is werkelijk prachtig.
Gids Iris heeft ons ook e.e.a. vertelt over de vaste indeling van de afgebeelde iconen in de kerk. Zo vindt je altijd de afbeelding van Christus Pantokrator [ de heerser over alles] in de koepel boven het midden van de kerk. Op de vier draagpunten van de koepel vindt je de evangelisten. Boven de binnenkant van de ingangsdeur vind je altijd een afbeelding van de maagd Maria en haar kind. Waar je op de muren van de Narthex, de voorhal van de eigenlijke kerk, afbeeldingen vindt van allerlei martelaren die een gruwelijke prijs betaalden voor het vasthouden aan het geloof, vindt je binnen in de kerk allerlei heiligen en vaak ook bijbelse taferelen afgebeeld, bijv. het paradijs. Hier vind je ook afbeeldingen die te maken hebben met de heilige of het heilige moment, waar deze specifieke kerk aan is gewijd. In het geval van Roussanou is dat o.a. de gedaanteverwisseling van Jezus op de berg, en de heilige Barbara.
Na het bezoek aan dit kleine, maar indrukwekkende klooster, zijn we aan de andere kant de trappen verder naar beneden gelopen. Dit zijn modernere trappen, die iets makkelijker lopen. Beneden kwam juist onze bus weer aanrijden om ons op te pikken – goede timing dus.
We zijn terug gereden naar Kalambaka, waar we iets buiten het dorp een overheerlijke ‘light lunch’ geserveerd kregen in een restaurant, dat nog maar heel kort geleden haar deuren heeft geopend. Wat ons betreft een grote aanrader! Al kun je het ‘light’ wel echt tussen haakjes zetten, want een goed gevulde gebonden groentensoep met kip, een flinke salade, gehaktballetjes op aardappelpuree [ of voor de lactose/kaasvrij etende mens: gebakken aardappeltjes], en dan nog een heerlijk zoet stukje cake doordrenkt van zoete siroop is wellicht niet héél licht… wél lekker. Een enkeling heeft nog snel een kopje koffie genomen, de toiletten zijn zeer goed bezocht, en daarna weer terug richting kloosters.
Na een korte foto-stop ter hoogte van het klooster waar opnames zijn gemaakt voor de James Bond film ‘for your eyes only’, zijn we doorgereden naar het klooster van de heilige Stefanus [ Zie handelingen 6-7-8]. Ook dit is een nonnenklooster, al is het in het verleden een monnikkenklooster geweest. Nu wonen er 31 nonnen.
Zodra je binnenkwam, merkte je dat hier alles nog in Paassfeer was. Grote afbeeldingen van de Opgestane Heer, die uit het opengebroken graf verrijst, terwijl daaronder de dood geketend ligt. Daarboven in het Grieks de tekst: Christus is verrezen! Hij is waarlijk verrezen! En de oproept: Geloof in de Opgestane Heer!
De kerk in dit klooster is van relatief recente datum, daarmee de fresco’s dus ook. Hoewel in dezelfde stijl geschilderd als in het Roussanou-klooster, zijn de kleuren veel helderder en zijn ook afbeeldingen soms net wat moderner. Maar ook dit klooster was het bekijken alleszins waard. En daarbij is het ook gewoon heerlijk om in het zonnetje, in de luwte, even heerlijk te zitten en te genieten van het uitzicht, als je voldoende om je heen hebt gekeken.
Terwijl we in dit klooster waren, heeft gids Iris ons het een en ander verteld over de wijze, waarop in de Grieks Orthodoxe week de periode richting Pasen wordt beleefd. Naast de 40 dagen vasten vooraf, waarvan de laatste week een streng vasten is, wordt op de donderdag voor Pasen ’s morgen het laatste Avondmaal herdacht. ’s Avonds wordt dan het verraad en de kruisiging herdacht. Dit is een zeer indrukwekkend gebeuren, waarbij een met een bloemenrand versierd icoon, de epitaaf, door het dorp of de wijk wordt gedragen, terwijl ondertussen psalmen worden gepsalmodieerd/ gereciteerd. Mensen dragen dan donkere kaarsen mee, en hebben zelf donkere kleding aan. Een zeer indrukwekkende gelegenheid, die een ieder noodzaakt na te denken over de betekenis van de kruisdood van Christus. Op zaterdag wordt de stilte van het graf herdacht, en ’s nachts om 12 uur is dan de eerste kleine Opstandingsviering. Het paaslicht uit Jeruzalem wordt vervolgens letterlijk overgevlogen naar Griekenland, en over het hele land verspreid. Dan volgt de grote Paasviering.
Een voor de kinderen en ouderen met een hart waar het kind nog in schuilt leuk ritueel is, dat de eieren die op donderdag rood zijn geverfd [ verwijzend naar het bloed van Christus] op de paasmorgen worden ‘getikt’, oftewel: je stoot ze tegen elkaar aan. Degene die als laatste overblijft met een ongebroken ei, is een gezegend mens.
Omdat met Pasen de vasten verbroken is, kunnen de eieren nu ook opgegeten worden.
Leuk detail is, dat wij op de maandag dat wij in Griekenland aankwamen – tweede Paasdag – ook nog deze rode eieren geserveerd kregen.
Nadat we het klooster van de heilige Stefanos verlaten hadden, zijn we opnieuw naar Kalambaka terug gekeerd voor een uurtje ‘vrije tijd’. Waar de één direct het terrasje tegenover de stopplaats opzocht, liep een ander nog even de gezellige winkelstraat af, haalde nog een ijsje, en genoot van het uitzicht op een bankje op het dorpsplein. Om vervolgens terug te lopen naar het startpunt, en nog éven snel een biertje of iets anders te drinken. Dat moest dus nét iets sneller dan gedacht, maar we waren [redelijk] op tijd terug bij de bus.
Inmiddels was het zes uur geweest, hoog tijd dus om het hotel op te zoeken. Dit ligt een stukje buiten het dorp, op een rustige plek. Het is een mooi en ruim opgezet hotel, waardoor het wel even lopen is naar je kamer. Maar goed, géén lift om op te moeten wachten, dat is weer een voordeel…
We hadden net genoeg tijd om de koffers weg te brengen, ons snel op te frissen, om daarna bij de dagsluiting nog even stil te staan bij de verwondering die we allemaal hebben gevoeld vandaag, als we de grootsheid van de schepping zagen. Ook hebben we de geschiedenis van Stefanus gelezen, en daarop geantwoord met een lied dat feitelijk een geloofsbelijdenis is. Na gebed en het zegenlied was het hoog tijd om de eetzaal op te zoeken, waar een zéér uitgebreid buffet klaar stond. Ook het toetjes-buffet is zeker eer aan gedaan….
En daarna kon een ieder terug naar de kamer, [in zoverre alle deursloten werkten, anders vroeg het nog even geduld], kwam hier de bijbel-breng-service nog even langs, en kon wie wilde nog even naar de bar, en voor mij: dit verslag schrijven. Nog even uitzoeken welke foto’s ik meestuur, en dan ga ik het voor vandaag voor gezien houden. Het was een prachtige dag!
Morgen op naar Delphi.
Vanmorgen ging de wekker al vroeg … de wake-up-call kwam al om half 7. We moesten namelijk om 8 uur met onze koffers bij de bus staan. Dat betekent dus: 26 koffers naar beneden, tussen de ontbijt-drukte door, terwijl de liften maximaal 5 personen van het postuur Joke kunnen vervoeren. Of anders gezegd: drie koffers en een slank persoon. Met twee liften is dat al een uitdaging, als ondertussen naast onze groep nog twee grote reisgroepen proberen de eetzaal te bereiken wordt dat echt een sport. Maar het is gelukt: iedereen heeft rustig kunnen ontbijten, én iedereen stond op tijd klaar voor de bus. Dat is écht een prestatie!
Vanuit Kavala / Neapolis zijn we naar Thessaloniki gerekend. De chauffeur rekende op gewone verkeersdrukte, dus 2 uur 45 minuten reistijd. Het bleek deze ronde echter heel erg mee te vallen, dus hadden we bijna een half uur voorsprong op schema toen we in Thessaloniki aankwamen. Daar hebben we de Hagios Demetrios bekeken. Een voor de Grieks Orthodoxe kerk afwijkende basiliek-bouw, op zeer oude fundamenten. Het huidige gebouw is, met dank aan verschillende aardbevingen, brand en andere calamiteiten een stuk jonger – maar niettemin prachtig. Sta je op het plein vóór de kerk, dan lijkt het een vrij moderne kerk, stap je binnen dan kom je in een heel mooie ruimte met mooie mozaïeken en fresco’s. We konden de crypte bekijken, waar zichtbaar is dat deze kerk feitelijk op het fundament van een Romeins badhuis is gebouwd. Wie wilde, kon ook de relieken van de heilige Demetrios [één van de belangrijkste heiligen in Griekenland] bezien, maar in verband met een groep van zo’n 50 priesters+aanhang die we al eerder als toerist bij Lydia en in Filippi waren tegengekomen, die daar óók allemaal even naar toe wilde, stond je daar wel in de file.
Na het bekijken van de kerk – waar gelukkig óók een goed toiletgebouw beschikbaar is 😊- hadden we een half uurtje over waarin ieder op eigen gelegenheid ergens een koffie kon scoren. Of even lopend sightseeing doen, of desgewenst sightseeing en koffie scoren combineren. Vervolgens zijn we naar de Rotunda gegaan.
Dit bijzondere gebouw herken je van buiten niet in eerste instantie als een kerk. Het is, zoals de naam al doet vermoeden, een rond gebouw, met muren die zo’n 6 meter dik zijn. De ruimte heeft een doorsnede van 24 meter. Er zijn vermoedens, dat dit bouwwerk ooit door/voor Galerius is gebouwd als graftombe, maar daar nooit voor is gebruikt. Al in een heel vroeg stadium is dit gebouw in gebruik genomen als kerk. De oudste mozaïeken terug te vinden in de abses [zijportaaltjes] tonen nog vooral vruchten en vogels. De ‘nieuwere’ mozaïeken die nog altijd eeuwen oud zijn, tonen onder andere engelen en heiligen. De mozaïeken zijn als gevolg van aardbevingen, waarvan de laatste zware aardbeving in 1987, zwaar beschadigd geraakt – een groot deel van de dakkoepel was ingestort. Met veel inzet en geduld is dit in de afgelopen decenia hersteld. Toen Joke en ik hier in 2014 waren, stonden de steigers nog in de Rotunda – nu konden we het gebouw echt bewonderen. Helaas mochten we hier niet zingen, terwijl de akoestiek wel heel goed is. Maar ja, op historische/opgravingssites is dit nu eenmaal niet toegestaan.
Na het bezoek aan de Rotunda zijn we naar de boog van Galerius gegaan. Een soort triomfboog, gemaakt na zijn overwinning in meerdere veldslagen op de Perzen [?]. Enkele foto’s genomen, en vervolgens met de bus naar het Aristoteles-plein gebracht, waarbij we ondertussen wat bezienswaardige plekken vanuit de bus konden bewonderen. Vanaf het Aristotelesplein hadden we weer zo’n 45 minuten vrije tijd, waarbij ieder zijns/haars weegs ging. Joke en ik hebben met enkele groepsgenoten een kijkje genomen bij de kerk van de heilige Maagd van Chalcedon. Daar bleken enkele papegaaitjes in de bomen te huizen, die schijnbaar dol zijn op de zaadbolletjes uit de rondom de kerk staande bomen. Ze laten zich rustig fotograferen [ die foto’s heeft Joke, daarom niet bij dit verslag]. Vervolgens nog even naar de markt gekuierd. Waar je zomaar vanuit de kleding en snuisterijenwinkeltjes tussen de vismarkt en de slagers belandt. Joke heeft haar vakgenoten nog even bewonderd, en geconstateerd dat er in de afgelopen 12 jaar toch iets meer aan hygiëne-aandacht is ontstaan in de vorm van koeling waar het vlees in ligt. Al wordt een deel van het vlees ook gewoon op straat op het hakblok verwerkt. Een enkele mede-reizigster werd de lucht van het verse vlees wat al te machtig, zij liep liever een straatje om toen we weer naar ons verzamelpunt terug liepen.
Daar werden we weer opgepikt door de bus, die ons met een route o.a. langs de beroemde Witte Toren en het standbeeld van Alexander de Grote, vervolgens parallel aan de oude stadsmuur omhoog over straatjes van het formaat Tsjerkepaed naar de bovenstad bracht. Dit deel van de stad, eens het oude fort en laatste toevluchtsoord, heeft nog altijd de meest zichtbare Ottomaanse invloed qua bouwstijl, o.a. zichtbaar in de bovenverdieping die als een soort ‘balkon’ uitsteekt buiten de onderverdieping. Deze wijk heeft rond 1923, toen er een soort ‘gedwongen uitwisseling’ heeft plaatsgevonden tussen christenen uit Turkijke richting Griekenland, en moslims uit Griekenland richting Turkije, ook heel veel ontheemden een nieuwe woonplek geboden. Veel woninkjes werden tegen de stadsmuur of zelfs in het oude fort gebouwd.
Vanaf de bovenstad heb je, bij het uitzichtspunt waar de oude stadsmuur eindigt in opnieuw een grote ronde toren van het zelfde type als de Witte Toren, een werkelijk prachtig uitzicht over de stad Thessaloniki.
Inmiddels was het half twee geweest, en dus in Griekse termen tijd voor een ‘vroege lunch’, in een restaurantje dat speciaal voor onze groep open was. We zaten op het overdekte panorama-terras, en hadden dus opnieuw prachtig uitzicht. De maaltijd bestond deze keer uit een heerlijke salade, en een lekkere wrap. Er was méér dan voldoende, en het algemene oordeel was: opnieuw érg lekker.
Terwijl we hier zaten, kwam een telefoontje binnen uit Nederland, waar we allemaal behoorlijk van zijn geschrokken. Heel onverwacht bleek de broer van één van de reisgenoten te zijn overleden. Dan voel je ineens met elkaar, hoe kwetsbaar het leven is…
Dan is het goed, om tijd te nemen voor elkaar, en daar is dan ook gewoon ruimte voor. Tegelijkertijd moet je ook praktisch gaan nadenken, en daar is gids Iris een grote steun in. De mogelijkheden van vervroegde thuisreis, en hoe we dat qua vervoer kunnen regelen, had zij al onderzocht vóór wij er om konden vragen… Zó goed, dat je dan als reisleiding ook op je gids kunt steunen!
Als gehele groep zijn we, in goed overleg met een ieder, vervolgens verder gegaan naar Vèria, het bijbelse Berea. De rit daarnaartoe is door menigéén gebruikt om éven een ‘knipperke’ te maken, zodat we uitgerust weer konden uitstappen bij het Paulusmonument. Daar lazen we hoe in deze stad, anders dan in Filippi en Thessalonici, waar Paulus vooral vijandigheid ontmoette – de Joden uit Berea de schriften erbij namen en zo tot de conclusie kwamen, dat Paulus verkondiging dat Jezus de Messias is, op de schrift steunde. Nadat ons op het hart is gedrukt dat we nóóit een verkondig(st)er op zijn of haar blauwe ogen moeten geloven, maar altijd in de Schrift moeten studeren om te toetsen of de verkondiging op goede grond berust, hebben we hier een groepsfoto genomen.
Vervolgens zijn we naar de oude Joodse wijk gegaan. De synagoge die daar staat, stamt uit halverwege de 19e eeuw, en is nog steeds in gebruik door de kleine Joodse gemeenschap van Vèria. We hebben even de tijd genomen om stil te staan bij de Joodse wortels van Jezus, en ook van Paulus, en hoe belangrijk het is om te begrijpen dat zij als Joden de Schrift lazen en uitlegden. Dat dit dus óók iets betekent voor hoe wíj de Schrift lezen en uitleggen. Bijvoorbeeld dat Paulus nóóit had kunnen denken, dat ooit zijn brieven net zo veel waarde zou worden toegeschreven als de boeken van Mozes. Voor Paulus’ eigen idee zal hij ‘gewoon’ gecorrespondeerd hebben. Voor óns maken zijn brieven deel uit van de Schrift. Het omgekeerde geldt dus ook: Paulus verkondigde dat Jezus de Messias was, op grond van wat wij nu het Oude Testament noemen. Wij kunnen dus ook nóóit zonder die teksten begrijpen, wat het betekent dat Jezus de Messias is.
Vanaf de Synagoge zijn we langs een prachtig paadje langs de rivier naar beneden gelopen tot aan het punt, waar de buschauffeur ons weer heeft opgepikt om ons naar het hotel te brengen. Bij aankomst leverde dat al verraste reacties op: het is een hotel met uitstraling, op een mooie plek gelegen.
De kamers zijn prettig en wat groter dan in Kavala, en de rustige ligging wordt ook gewaardeerd.
Iedereen kon vlot zijn/haar kamer betrekken, ook al was er nog iemand bij wie de kamersleutel in het slot afbrak. Gelukkig kon er een kamer omgeruild worden, en zo kwam een ieder te plak. Even opfrissen, voordat om 19.00 uur een zaaltje in de catacomben van het hotel beschikbaar was voor de avondsluiting. Daar lazen we, hoe Paulus uiteindelijk toch óók in Berea met tegenstand te maken kreeg, en daarom de wijk nam naar Athena. Met elkaar zongen we, en hebben we gebeden. We sloten af met een gezongen zegenbede, die Joke en ik al in ons hart meedragen sinds onze eerste Israëlreis.
Vervolgens was het tijd voor het diner, waar het het buffet van zeer goede kwaliteit bleek. Het is mooi om te zien hoe de groep in steeds wisselende samenstellingen aan de tafeltjes terecht komt, en er overal goede gesprekken ontstaan. Na het eten kon een ieder wel-voldaan de kamer opzoeken. Een aantal mensen heeft ook de bar van het hotel nog uitgeprobeerd, maar voor Joke en mij zit de dag er, na het uitwerken van dit verslag, wel op.
Morgen gaat de wekker om 7 uur, zodat wel om half 9 in de bus kunnen op weg naar de Meteora-kloosters. Wij wijken even af van Paulus’ route – waar hij over zee ging en dus vooral de havensteden aandeed en de bergen vermeed, trekken wij nu even de bergen in. Maar dáár leest u morgen meer over.
ds. Jacolien de Lange
dag 2, 14 april 2026
Vanmorgen ging bij bijna iedereen om 7.00 uur de telefoon op de kamer: wake-up call. Gelukkig had iedereen minstens één wekker daarnaast gezet, zodat iedereen tijdig in de eetzaal was om rustig te ontbijten. Na het ontbijt zijn we om 8.30 vertrokken met de bus, richting de doopplaats van Lydia.
We waren de tweede groep die aankwam op deze site, dus terwijl de Koreaanse groep aan de oever van de rivier een korte eucharistie-viering hield, konden wij de octogonale doopkapel bekijken. Het is een modern gebouw, naar vorm gebaseerd op de octogonale doopkapel die eens in Filippi heeft gestaan. De doopkapel van Lydia is van de tweede helft van de twintigste eeuw, maar is in 2011 nog volledig opnieuw opgeknapt. Het is een prachtige kapel, waar je je ogen uit kunt kijken. Je vindt er in het voorportaal een mozaïek met daarin de route van Paulus’ tweede zendingsreis. In de kapel zelf vindt je op een serie fresco’s de hele geschiedenis van deze zendingsreis, en in de binnenste ring boven de doopvont vind je verschillende dooptaferelen. In de koepel boven de grote marmeren doopvont vindt je een prachtige afbeelding van de doop van Christus.
Toen wij de kapel bezien hadden, konden we van plaats ruilen met de Koreaanse groep. Nu konden wij naar de oever van de rivier, naar alle waarschijnlijkheid de plek waar Lydia, de eerste dopelinge op Europese grond, is gedoopt. Opvallend detail: Lydia komt uit Thyatyra, is dus zelf uit Asia [ het huidige Turkije] afkomstig. Uit het gebied, waar de Geest niet toeliet, dat Paulus daar heen reisde.
We hebben deze geschiedenis met elkaar gelezen, en daarbij ook onze eigen doop opnieuw in gedachte gebracht. Wat is het kostbaar, gedoopt te mogen zijn!
Bij de uitgang van de doopplek kon een ieder nog even naar het toilet. En er was een winkeltje met allerlei snuisterijen…. En koffie. Tsja, en Nederlanders [ en Friezen] en koffie… daar moest natuurlijk wel even worden bijgetankt. Gelukkig heeft het programma ruimte genoeg om zo’n korte koffiestop in te lassen 😊
Vanaf de doopplaats van Lydia is het met de bus maar zo’n 5 minuutjes rijden naar de site, waar eens de grote stad Filippi heeft gestaan. De stad was in Paulus’ dagen een stad met Romeins bestuur & recht, een kolonie van Rome waar ook veel oud-militairen woonden. Juist dat maakt het zo frappant, dat Paulus en Silas hier op door een woedende volksmenigte voor de stadsbestuurders worden gesleept nadat Paulus een demon had uitgedreven bij een slavin – en dat de stadsbestuurders hen zonder vorm van proces stokslagen lieten toedienen, en hen in het gevang wierpen.
De opgraving heeft een mooi bewaard gebleven theater, waar onze Gids Iris ons een en ander heeft verteld over Filippi. Vervolgens zijn we naar de resten van Basilika A’ gelopen. Er is weinig meer van over, wel nog o.a. het trappetje van de preekstoel – waar ds. Jacolien het niet kon nalaten om de groep een stille zegen mee te geven. We hebben over de oude Via Ignatia gelopen, over het oude Forum gestruind, en de octogonale doopkapel gezien die de inspiratie heeft gevormd voor de kapel in Lydia. Naast de archeologische bezienswaardigheden hebben we ook genoten van de prachtig bloeiende klaprozen en andere bloeiende planten, het zicht op de besneeuwde berg in de verte, en gewoon het lekkere lenteweer. Het was nog wat bewolkt, al kwam in de loop van de ochtend de zon steeds meer te voorschijn. Sommige mensen waren al wat eerder klaar met de archeologie en bouwkunst dan anderen – die hebben een goed plekje gevonden om even iets te drinken op het terrasje.
Van Filippi zijn wij terug gereden naar Kavalla, waar we een ‘rondje van de zaak’ kregen bij het ziekenhuis. Gelukkig niet omdat we bij het ziekenhuis moesten zijn, maar omdat we vanaf een bushalte een prachtig uitzicht op de baai van Kavalla en het daartegenover gelegen eiland Thapos hadden. Een snelle foto-stop, en dan door naar de lunch.
De lunch was een bijzondere belevenis, in die zin dat de gerechten bestonden uit bijzondere combinaties: Falafel met quinoa, een croque madame [ soort tosti met ei] en salade, of een wafel met ceasar salad en gegrilde kip. De algehele conclusie was: aparte combinaties, maar wél lekker. Omdat alles vers gemaakt werd, was de maaltijd wel ietwat een estafette-beleving, maar iedereen is ruim verzadigd. Vervolgens even snel langs het hotel om wat truien & jassen in te leveren, vergeten spulletjes te pakken, of de korte broek aan te trekken, en daarna een stadswandeling in het oude deel van Kavalla. We zijn bij het Paulus-monument geweest, waar we uiteraard het bijbehorende bijbelgedeelte hebben gelezen. Vervolgens zijn we naar het aquaduct gelopen, en daarna zijn diegenen die nog energie genoeg hadden, door de oude straatjes omhoog gelopen naar het kasteel. Daar werd de toren beklommen – een kwestie van diep durven bukken en door een smal gangetje gaan. Maar het uitzicht over de baai en de Egeïsche zee maakte het de klim meer dan waard.
En ja, óók hier was een terrasje te vinden, waar koffie, fris en bier werd geschonken…
Ieder is op eigen gelegenheid en eigen tempo weer terug gegaan naar het hotel. Daar stonden we om 19.15 uur massaal voor de deur van de eetzaal – maar deze was nog op slot. De andere Nederlandse groep, die vandaag is gearriveerd, hadden ‘vroeg’ avondeten, en pas toen die de eerste ronde hadden opgeschept, werden ook wij binnen gelaten. Gelukkig was er méér dan voldoende, opnieuw een lekker buffet met Griekse gerechten. Nadat ieder zijn of haar buikje weer rond gegeten had, hebben we de avond afgesloten met een dagsluiting.
Gedachtig aan de slavin, die door Paulus van de boze geest was bevrijd, hebben we het lied ‘no longer slaves’ gezongen. Na een laatste stukje van de geschiedenis van Paulus is Filippi te hebben gelezen, hebben we nog lied 1005 gezongen. Na een afsluitend gebed is een ieder zijn of haar eigen weg gegaan. Sommigen naar de kamer om de koffers in te pakken en klaar te zetten voor morgen, anderen nog even iets te drinken. En een enkeling heeft nog een reisverslag geschreven… 😉
Morgen met de bus naar Thessaloniki, om de stad daar te bezien, en vervolgens door naar Vèria, of Berea zoals u het wellicht uit uw bijbel kent.
Kalí nìchta!
ds. Jacolien de Lange
























































































































