Protestantse Gemeente Garyp
Doarpsmienskip

Grafmarkeringen

1. Inleiding
Oudere inwoners van Garyp kennen ongetwijfeld de drie ijzeren grafmarkeringen, die vanouds op het kerkhof van Garyp stonden, aan de westkant van de kerk, ongeveer tegenover de toren. Ze waren wat vervallen en scheef en werden daarom bij de renovatie van de kerk en het kerkhof rond 1980 aan het Fries museum in bruikleen gegeven. Inmiddels zijn de oude markeringen in april 2026 weer terug, maar nu in de Petruskerk geplaatst in plaats van op het kerkhof.  In de aanloop daarvan zijn ze nu gerestaureerd.


Fig 1: Graftekens op het kerkhof van Garijp

Fig. 1: Foto: Heerenveense Courier, 6 december 1950


Wat zijn dit eigenlijk voor markeringen? En op wiens graven stonden ze? Hieronder volgt een antwoord op die vragen, onder andere aan de hand van oude, officiële akten, zoals die te vinden zijn in het provinciale archief en op HISGIS.

2. Ontwikkelingen in de grafcultuur
Volgens de schrijver Pierius Winsemius   kwam het gebruik van grafkisten en grafstenen pas sinds de 12e eeuw in de mode. Vóór die tijd werden overledenen gewoon in de aarde begraven, onder een klein heuveltje van zand of klei en wat stenen. Volgens Winsemius werden die graven vaak door hongerige wolven vernield en dat wilde men niet meer. Om die reden begonnen mensen die het zich konden veroorloven gebruik te maken van stenen grafkisten. Deze zogeheten sarcofagen (stenen doodskisten) werden meestal als familiegraf gebruikt. De deksel lag op de hoogte van de grasmat. Van deze sarcofagen zijn er ook in Garyp zeker een stuk of zes geweest. Ze kwamen uit de omgeving van Bentheim, bij Enschede, en uit de Eifel. Dat kostte uiteraard het nodige geld. Het zegt dan ook iets over de welvaart van de toenmalige Garypers. Elders werden alleen bisschoppen en hoge heren in dergelijke kisten begraven!  Wie iets minder welvarend was, koos voor een grafzerk, een platte of licht hellende, stenen plaat die op een graf werd geplaatst. De allerarmsten moesten het doen met een houten paaltje.

3. Wie waren de personen die bij de grafmarkeringen begraven lagen?
De graftekens van Garijp stonden naast elkaar, tegenover de toren (zie fig.1). Ze hebben alle drie een soort hartvormig plaatje, met daarop een tekst gegraveerd.
Op de grafmarkering links staat de sterfdatum (22 oktober1705) van de ‘eerbare Foockien Wilcos, de hvisvrov van Harmen Wigbolds, oud 52 jaren’.
Op het middelste grafteken staat het oudste jaartal: 1702. Het kruis gedenkt ‘de ee(r) saame Harmen Wigbolts’.

Fig 2: Alle Friezen: Bontje Cornelis


De meest rechtse markering is voor ‘Bontje Cornelis, huisvrouw van Wilco Harmens, overleden 10 Sept. 1704 en oud omtrent 36 jaar’.

4. Wie waren deze mensen?
Harmen Wigbolts (middelste grafteken) en Foockien Wilcos  (linker grafteken).
Harmen Wigbolts was boer in Siegerswoude. Hij is getrouwd geweest met Foockien Wilcos afkomstig uit Oudega. Het was zijn tweede huwelijk. Eerder is hij getrouwd geweest met  Sjoukje Wiebes.
Hij bezat, net als zijn vader Wigbolt Harmens, volgens de stemkohieren  van 1640, in 1698  en  volgens onderstaande koopakten stem 54  met onderstaande percelen (rood aangegeven op onderstaande kaart):

Fig 3: Bron: HISGIS Fryslân: stemcohieren

Deze informatie komt uit twee aktes  waarin staat dat Wigbolt Harmens genoemde percelen liggende in Siegerswoude, gekocht heeft:
‘’ Seye Idsiges en Pytter Idsiges gebroeders wij bekennnen en verclaren vercocht en in een volcomen eigendom overgedragen te hebben sulx in en door crach te deses doende, Harmen Wigbolts ende Floor(?) Wilkes ? echteluiden in Garrijp seekere camp lands de
Dijckcamp genaampt met boomen en plantagie daer op staende gelegen in Sijgerswolde onder den dorpe Garrijp voorschreven: hebbende 'd heere grietman Glinstra ten oosten ?Duursma ten westen, de gemeene wege ten suiden de hogedijk ten noorden en naasten met sodanige actien, servituten en gerechticheden soo active als passive als van olds daer toe en aan sijn behorende en voor deser altoos gebruykt is geweest, dit alsoo vercocht en gegeven voor de somma van een honderd veertich golt guldens ad 28 stuivers 't stuck te betaillen.’’
(Koopakte uit 1693)
‘’Henricus Tsijssen notaris publicus em doctor fiscaal voor den gerechte van Smallingerlant wonende tot Oudega bekenne ende verclare vercoft en in eijgendum overgedragen te hebben sulcx doende mits desen aen Harmen Wigbolt en Foock Wilckes echtelieden
wonende tot Sijgerswolde onder den dorpe Garrijp de gerechte dardepart en een 16e
part van seckere sate landts met de quotale(?) huijsinge bomen en plantagie cum annexis staende en gelegen tot Sijgerswolde onder het district van Garrijp voorschreven mandelig en ongescheiden met Rinck Botis en Jan Harmens bisterende in bouw en weidlanden, zijnde uit geheel beswaert met een floreen onderholdinge van dijcken en wegen van olts daertoe en aenbehorende, mits genietende pro  quota wederom het recht van stemminge in alle landts en dorpssaecken’’.
(Koopacte 1699)
Bontie Cornelus (rechter grafteken)
Bontie Cornelus was 21-12-1703 getrouwd met Wilke Harmens, de zoon van de eerder genoemde Harmen Wigbolts.  Ze werd maar 36 jaar oud. Wilke is nadien op 4-4-1723 hertrouwd  met Beertje Jacobs; geboren in Drogeham en overleden rond 1767. Met Beertje kreeg hij twee kinderen. Op 23 maart 1724 werd Fokje geboren en op 3 november 1726 werd Tryntje geboren. Tryntje trouwde  11 mei 1758 met Sybren van Gelder uit Berlikum
Fokje trouwde op 7 januari 1742 met de welgestelde Gerrit Reitsma uit Hardegarijp. Uit deze tak komen de latere Kooistra’s van Siegerswoude voort. Vanaf Harmen Wigbolts zullen zij maar liefst tien generaties op de Kooistrapleats langs de snelweg Leeuwarden-Drachten boeren!
In 1728 is opvolger Wilke Harmens zeker een van de grootste boeren van Garijp. Hij bezit onderstaande percelen (stem 48, 53 en 54):

Fig 4: Bron: HISGIS Fryslân: stemcohieren

Fig 5: Bron: HISGIS Fryslân: stemcohieren

Fig 6: Bron: HISGIS Fryslân: stemkohieren

Conclusie:
De drie graftekens bevatten de namen van de begin 1700 begraven Harmen Wigbolts uit Garyp, zijn echtgenote Foockien Wilcos en zijn schoondochter Bontie Cornelis.

We kunnen stellen, dat het gezeten boeren warren uit Siegerswoude die met drie stemmende boerderijen tot de grootste boeren van het dorp behoorden.

6. Uit welke tijd stammen de smeedijzeren graftekens?
Op enkele plaatsen binnen Nederland ontstond op enig moment het gebruik, om smeedijzeren grafmarkeringen te plaatsen. Er zijn in Friesland bijv. ijzeren markeringen geweest op de kerkhoven van Eestrum, Drachten en vermoedelijk ook Drogeham.  Ook in Garyp werden drie ijzeren graftekens geplaatst.  Over de tijd, waarin dit gebruik een aanvang nam zijn de geleerden het niet geheel eens. De graftekens uit Garijp geven aan, dat de overledenen daar net na 1700 begraven zijn. Funerair deskundige Leon Bok vermoedt eerder een plaatsing van de tekens rond 1838.

Fig 7: Foto van de grafmarkeringen uit 1933
foto L. Atema, Beeldbank RCE.

Leon Bok heeft in zijn rol als funerair deskundige op verzoek van het Fries Museum de drie Garijper graftekens aan een nader onderzoek onderworpen. Hieronder volgt (een deel van) zijn verhaal:

“Het gaat om drie individuele smeedijzeren objecten die als uitgangspunt een soort windroos kennen  met centraal een cirkel waaromheen acht dwarsverbindingen zijn opgenomen waarvan zes met  beëindigingen in de vorm van een ‘fleur de lis’ oftewel Franse lelie. Binnenin de cirkel komen zodoende  acht staven bijeen waarvan vier wederom met een Franse lelie en vier met een gekruld uiteinde. De  cirkel is vastgezet op een vierkante staaf waaraan onderaan een viertal platte staven zijn bevestigd.  Deze zijn zodanig gekromd dat ze op een (natuurstenen) blok bevestigd kunnen worden. De ruimte  tussen onderzijde en cirkel is opgevuld met vier ronde staven waarvan de kortste een hart vormen  binnen de langere staven die ook weer een hart vormen. De centrale staaf die bovenaan uit de cirkel  steekt is net als de onderste staaf op het hechtpunt versierd met een metalen knop in de vorm van  een bloem. Op het bovenstuk is bij alle drie de objecten een hartvormig koperen schild bevestigd met  daarop een gegraveerde tekst. Het uiteinde van de staaf is uitgewerkt met vier naar buiten gebogen  afgeplatte stukken ijzer met centraal een tot een knop gesmeed uiteinde.
De samenstelling van het object is niet zoals gebruikelijk in de latere negentiende eeuw tot stand  gekomen door samenstelling van losse, seriematig gemaakte onderdelen. Het is gemaakt door het  zogenaamd te wellen (buigen en smeden) en er is gebruik gemaakt van hakkels wat verkregen wordt  door het uiteinde van een verwarmde staaf ijzer in te hakken met een beitel. Dergelijke bewerkingen  zijn later minder gebruikelijk” .

Het is waarschijnlijk niet meer na te gaan of ook de andere familieleden eerst in de kerk begraven zijn .  Het lijkt erop dat de stenen voor zijn ouders en vrouw al vrij snel minder goed leesbaar werden en dat  daarom door de familie gekozen is voor een alternatief in de vorm van smeedijzeren grafmarkeringen met op de koperen bordjes de tekst van de zerk. Een aanleiding daartoe zou de verbouwing uit 1838  kunnen zijn geweest, maar dat is volgens Leon Bok zonder nader onderzoek niet te bevestigen.

Waardering
De vraag of de grafmarkeringen waardevol en  bijzonder zijn, laat zich vrij eenvoudig  beantwoorden. Er zijn nu eenmaal niet veel van dit  soort objecten op begraafplaatsen bewaard  gebleven. Smeedijzer is kwetsbaar en als het niet  onderhouden wordt, verkeert het snel in een staat  die niet meer hersteld kan worden zonder hele grote  ingrepen. In Fryslân is nog slechts een enkel  voorbeeld te vinden, zoals op het kerkhof van  Jelsum (zie fig.8). Het betreft een grafmarkering  van smeedijzer met krullen voor Oebele H.  Wagenaar, overleden in 1888. Wagenaar was  arbeider van beroep. In Fryslân komen verder geen soortgelijke  grafmarkeringen meer voor op begraafplaatsen,  maar er zijn wel talloze smeedijzeren hekwerken op  graven te vinden die stijlkenmerken gemeen hebben  met de grafmarkeringen. Een aantal van die  hekwerken kent hetzelfde type bloemvormig eind als de  hier besproken grafmarkeringen (zie fig. 9.)  De dateringen van die hekwerken zijn bijna zonder uitzonderingen negentiende-eeuws.

fig.8. IJzeren grafmarkering voor Oebele Wagenaar, overleden in Jelsum in 1888



Fig.9. Bloemvormig uiteinde op de grafmarkering


Buiten de provincie Fryslân komen in  Groningen nog wel een aantal van dit soort  markeringen en ook echte kruizen voor. Die laatste  zijn vooral te vinden op katholieke begraafplaatsen.
Verder zien we in de zuidelijke provincies van  Nederland en dan met name op de katholieke  begraafplaatsen, meer smeedijzeren grafobjecten die vooral te dateren zijn in de periode vanaf  halverwege de negentiende eeuw tot in de eerste  helft van de twintigste eeuw. Elders zijn dergelijke markeringen zoals deze, zeldzaam. Ook in België en  Duitsland worden ze slechts sporadisch gezien als  grafmarkering.
Het werk van veel smeden is nog steeds te vinden op talloze begraafplaatsen. Dat is meestal in de vorm  van hekwerken, kerkhofroosters, houders van tekstplaten of objecten waar vazen in geplaatste kunnen  worden. Het gros van deze objecten is als oud vuil, verroest en verwaarloosd, weggegooid. Onder het  werk van lokale smeden kunnen waarschijnlijk ook de talloze hartvormige tekstborden op een  eenvoudige ijzeren staaf worden gerekend. Dergelijke vormen staan wat verder af van deze Garijper grafmarkeringen,  maar hartvorm en staafijzer waren de materialen waarmee het object gemaakt werd. Nagenoeg alle  voorbeelden van dit smeedwerk dateren uit de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw. Dat heeft  te maken met de opkomst van een grafcultuur van de middenklasse in het midden van de negentiende  eeuw. Voordien werden er ook al grafmonumenten op graven geplaatst, maar heel gebruikelijk was  dat niet. Door aanleg van nieuwe begraafplaatsen en een verbetering van de algemene welvaart  werden steeds vaker grafmonumenten geplaatst en smeedijzeren hekwerken (soms met gietijzeren  onderdelen) maakten daar deel van uit. Veel materiaal was eenvoudigweg te bestellen bij  ijzergieterijen, maar ook de lokale smederijen kregen hierdoor nieuw werk.
Ten aanzien van de waarde is te concluderen dat de Garijper grafmarkeringen op grond van uniciteit, gaafheid  en verwijzing naar drie concrete begravingen, zeer bijzonder zijn te noemen. Alleen de ontstaanstijd is nog niet duidelijk.

Ouderdom
In verschillende bronnen worden de grafmarkeringen aangeduid als achttiende-eeuws. Dat wordt dan  gedaan op grond van het feit dat de begravingen waarnaar verwezen wordt volgens de tekstbordjes  plaatsvonden in het begin van de achttiende eeuw (1702, 1704 en 1705). Vaak is dan ook dit feit  simpelweg overgenomen en zijn de grafmarkeringen aangemerkt als achttiende-eeuws. De  verschillende bronnen zijn het ook eens over de uniciteit van de markeringen. In een artikel uit 1954  in de Leeuwarder Courant (Tussen Flie en Lauwers) worden nog enkele voorbeelden elders genoemd,  waaronder soortgelijke graftekens in Kollumerzwaag en Eestrum (zie fig.10.). Die laatste worden  ook genoemd in een boek van Waling Dykstra uit 1896. Deze vertonen grote gelijkenis met de  grafmarkeringen in Garyp, maar zonder de Franse lelies.
Fig. 10. Tekeningen uit het boek van Waling Dykstra aangaande grafmarkeringen in Eestrum. Informatie over de  ouderdom ontbreekt.


Fig. 10. Tekeningen uit het boek van Waling Dykstra aangaande grafmarkeringen in Eestrum. Informatie over de  ouderdom ontbreekt.

De toepassing van Franse lelies, hart, bloemen en wat lijkt op een uitstralende zon op een funerair  object is niet ongebruikelijk, maar in deze combinatie wel. Of in de vroege achttiende eeuw al voor  een dergelijke voorstelling gekozen zou worden, is niet duidelijk. De grote gelijkenis tussen de  grafmarkeringen duidt op een uitvoering door een en dezelfde smid en op een gelijk moment. Of dat  al in 1705 of iets later zal zijn geweest is mogelijk. Echter, op grond van talloze andere voorbeelden  van smeedwerk die gevonden zijn op de Friese en Groninger begraafplaatsen is ook een datering in de  vroege negentiende eeuw niet uit te sluiten. Wat daar eveneens voor pleit is het gebruik van schroeven  en een afwerking met menie en koolteer, iets wat zeer gebruikelijk was voor het behoud van  smeedijzeren objecten in de negentiende eeuw en daarna. Even zozeer kan dit wijzen op een latere  wijze van onderhoud of herstel. Normaliter zal een smeedijzeren product zonder beschermlaag en periodiek onderhoud  in de buitenlucht al na ongeveer tien jaar zwaar verroest zijn.

Conclusie
De Garijper grafmarkeringen zijn zondermeer bijzonder en waardevol, zowel in vormgeving, materiaalhantering  als betekenis. Ze vormen een herinnering aan een invulling van de grafcultuur in de voorgaande  eeuwen, waarvan nauwelijks tot geen sporen meer van bestaan. De toepassing van smeedijzer op  Friese begraafplaatsen werd gemeengoed in de negentiende eeuw. Wanneer men in de achttiende  eeuw al dergelijke markeringen plaatste op het kerkhof van Garyp, is dat ook zeer uitzonderlijk. Er zijn  immers vooral jongere gelijkwaardige voorbeelden gevonden.

Overwegingen van samensteller Cees Blom
Leon Bok vermoedt dat de kruizen zijn geplaatst tijdens het vernieuwen van de kerk in 1838. Ik durf echter te stellen, dat de kans, dat de kruizen uit begin 1700 komen, groter is dan een latere plaatsing rond 1838.
Enkele argumenten daarvoor kunnen zijn:
• De ter aarde bestelde personen zijn volgens het geraadpleegde grafregister van Garyp in 1702, 1704 en 1705 ter plekke aan de westkant van de kerk, tegenover de kerktoren, begraven. Ze zijn dus niet herbegraven rond 1838.
• De graftekens zijn in zijn geheel gesmeed, dus eerder typerend voor de 18e eeuw, dan de 19e eeuw. De kruizen bevatten bijvoorbeeld geen gietijzeren elementen. Gietijzer werd pas vanaf 1790 toegepast omdat het goedkoper was.
• Het taalgebruik van de teksten op de koperen harten lijkt eerder typerend voor het taalgebruik uit de 18e eeuw dan dat uit de 19e eeuw.
Een ander argument is het feit dat de nazaten van Harmen Wigbolts tien generaties lang in het dorp op de zelfde boerderij gewoond hebben en hun verleden aantoonbaar koesterden. De familie Kooistra bezit op dit moment bijvoorbeeld nog alle koopaktes van de boerderij vanaf 1691. Vermoedelijk hebben hun voorouders ook de kruizen liefdevol onderhouden en waar nodig laten herstellen. Er hebben duidelijk vaker herstelacties plaatsgevonden. Aan één van de koperen harten is bijvoorbeeld een ander stuk koper aan de onderkant bevestigd. Ook de bevestiging van de harten met schroeven en/of klinknagels lijkt uit eerdere restauraties voort te komen.
Het is mijns inziens dus heel aannemelijk dat de nazaten van de Wigbolts eeuwenlang betrokken waren bij de kruizen. Dat blijkt ook uit het feit dat er volgens het grafregister van Garyp in 1863 opnieuw een Kooistra onder een van de ijzeren graftekens begraven werd: Hendrik Gerrits Kooistra.
Hopelijk komt er in de toekomst nog meer informatie vrij, zodat we de nog openliggende aannames met feiten kunnen onderbouwen.

Fig 11.. De grafmarkeringen achter de zerken. Foto waarschijnlijk daterend van halverwege de twintigste eeuw.

Internetbronnen:
- Teksten van memorabilia uit Friesland: https://www.walmar.nl/inscripties.asp - Familiearchief Wilhelmy: file:///C:/Users/Eigenaar/Downloads/VGCANL000002.pdf - Meer, L.K. van der; Garyp, De Hervormde kerk, 1989:
https://beeldschrift.nl/CMS/api/file/saft/72c4b4db1c8cb48dbd9b8ecd33340fd6/ - Instandhouding van smeedijzer in het exterieur: file:///C:/Users/Eigenaar/Downloads/gids-techniek 32-instandhouding-smedijzer-in-het-exterieur-2003%20(1).pdf
Literatuur:
- Bok, Leon & René ten Dam, De Canon van het funerair erfgoed, IJsselstein 2020 -    Dolk, W.; Grafstenen in en rond de oude Friese kerken, in: Keppelstok 7, 1973, pag. 145-170
-Leon de Bok: Bureau Funeraire adviezen: Advies Fries Museum aangaande ijzeren kruizen Garijp
- Dykstra, Waling, Uit Friesland’s Volksleven van vroeger en later. Volksoverleveringen,  volksgebruiken, volksvertellingen, Volksbegrippen, Tweede deel, 1896.
- Houten, H.J. van; Zinnebeelden in Nederland, Den Haag 1941
- Op het kerkhof in Garijp staan drie kruisen. Smeedkunst uit begin van achttiende eeuw, in: Tussen  Flie en Lauwers. Leeuwarder Courant, 7 januari 1954
Voorts is gebruik gemaakt van verschillende websites zoals Delpher.nl (kranten), Toen en Nu  (Leeuwarder Courant), Alle Friezen en de website HISGIS van Tresoar.




Voetnoten en links worden binnenkort nog toegevoegd.