Protestantse Gemeente Garyp
Doarpsmienskip

Overdenking


“Laat de kinderen tot Mij komen…”

Het is één van de meest geliefde verhalen uit het Evangelie – terwijl het maar een paar korte verzen zijn uit Marcus 10. Jezus, die zegt dat de kinderen bij Hem mogen komen, en dat zijn discipelen ze níet mogentegenhouden.
In heel veel kinderbijbels zijn deze drie Bijbelverzen een compleet verhaal geworden, en het aantal schilderijen, kaarten, prenten en overige afbeeldingen van dit verhaal is niet te overzien. Dat is niet alleen vandaag de dag zo, in een maatschappij waarin kinderen inmiddels echt hun eigen plekje mogen innemen, dat is al eeuwenlang het geval. Dat Jezus de kinderen bij zich roept, spreekt aan. Immers: elke moeder of vader, elke pake of beppe wil het beste voor de kinderen – en als je gelooft dat Jezus het beste is, dan wil je dus óók heel graag, dat de kinderen Hem leren kennen.
Deze woorden worden vaak aangehaald bij doopdiensten, of andere momenten waarop we als kerkelijke gemeente kinderen welkom heten. Want de kinderen horen erbij, en dat vinden we belangrijk!
Deze woorden zijn motivatie geweest voor een onafzienbare rij vrijwilligers die zondagsschool hebben gegeven, later kindernevendienst hebben verzorgd: zorgen dat kinderen op hun eigen niveau de gelegenheid krijgen om Jezus te leren kennen, om bij Hem te komen. Diep respect en dankbaarheid voor hun inzet komt hen toe. Voor velen, zeer velen, zijn het juist deze momenten die – samen met de verhalen op school of thuis – het fundament van het geloof hebben gelegd.
Laat de kinderen tot Mij komen – die woorden gelden vandaag nog steeds.
En dan merk ik iets op, dat mij pijn doet. Want ik hoor regelmatig van jonge ouders, en van inmiddels-niet-meer-zo-jonge-ouders, dat zij ándere ervaringen hebben (gehad) in de kerk. Geërgerde blikken & stekelige opmerkingen over kinderen die niet stil genoeg zitten naar de zin van medekerkgangers, of die je hoort terwijl zij spelen in de kerkbank. Lang niet altijd rechtstreeks, maar vaak genoeg ook via de wandelgangen.
“Vaak ben ik zelf al gespannen, want ik wil niet dat een ander last van ons heeft. Maar ja, die spanning, die voelen ze… en daar worden ze niet rustiger van. Dan ben ik de hele dienst bezig om de kinderen stil te houden – en dan heb ik er nog niets aan. Dus dan kijk ik liever thuis de dienst, terwijl de kinderen in de kamer spelen. Ze horen er toch méér van dan je zou denken. Maar ja, het naar-de-kerk-gaan ben ik wel ontwend, en zíj leren het zo niet…”
“Laat de kinderen tot Mij komen”… Deze moeder, en met haar – zo weet ik – ook veel andere ouders van kinderen en pubers doen daar écht hun best voor.
Ik denk dat het aan ons als gemeente is, om te luisteren naar de vervolgwoorden van Jezus: “Verhinder ze niet!” Jezus bestrafte de discipelen, omdat zij – met hun overigens heel goed bedoelde serieuze aandacht voor Jezus’ onderwijs, dat voorál niet verstoord moest worden! – de kinderen wél verhinderden.
Welke hindernissen leggen wij – juist in ons verlangen naar serieuze aandacht voor Jezus’ onderwijs - onbewust voor kinderen en hun ouders neer, om in de gemeente te komen… om naar Jezus toe te komen? Hoe kunnen wij hen juist meer verwelkomen?
Eén van de opmerkingen die we vanuit gesprekken ter harte hebben genomen is: We willen sámen met onze kinderen bij Jezus komen. In de Oars-as-Oars-tsjinsten merken we, dat de knutseltafel daar een prima plek voor is. Daarom staat vanaf nu elke zondag een knutseltafel in de kerk. Voor (groot)ouders en kinderen. Een plek waar je welkom bent om samen op een ontspannen manier in de kerk aanwezig te zijn. Zodat jong en oud daar Jezus mag ontmoeten.
“Laat de kinderen tot Mij komen” – zegt Jezus. Laten we hen als gemeente verwelkomen – én onze jonge gezinnen uitnodigen & uitdagen om te komen… mét hun kinderen! Overigens – ook pakes en beppes met aanhang zijn van harte welkom 😉